Onlangs zat ik aan tafel bij de directeur van een familiebedrijf. We spraken over de overgang naar een nieuw ERP-systeem, een oude Access-database die nog steeds een belangrijke rol speelde, dashboarding, API-koppelingen en de mogelijkheden van AI.
Het gesprek begon technisch, maar eindigde verrassend genoeg bij ondernemerschap.
Toen we afscheid namen, concludeerden we lachend dat een bouwbedrijf eigenlijk best lastig is aan te sturen. Onderweg naar huis bleef die opmerking door mijn hoofd spoken. Het raakte de kern van wat ik de afgelopen jaren vaker ben tegengekomen.
Naarmate een onderneming groeit, groeit ook de complexiteit. Er komen meer medewerkers, meer klanten, meer projecten en meer uitzonderingen. Afdelingen ontwikkelen hun eigen werkwijzen, er worden nieuwe systemen geïntroduceerd en informatie raakt verspreid over ERP-systemen, Excel-bestanden, maatwerkapplicaties en rapportagetools. Dat is een heel natuurlijk proces. Vrijwel iedere groeiende onderneming krijgt ermee te maken.
En dan worden technische keuzes uiteraard belangrijk. Alleen niet als startpunt. Want de eerste vraag die gesteld zou moeten worden is: hoe wil je de onderneming aansturen? Welke informatie heeft een directie nodig om goede beslissingen te nemen? Waar hoort die informatie thuis? Hoe voorkom je dat dezelfde gegevens op meerdere plekken worden bijgehouden? En hoe zorg je ervoor dat de informatievoorziening meegroeit met de organisatie? Wat is belangrijk en wat juist niet?
Dat zijn vragen die veel verder gaan dan software. Ze gaan over de rol die techniek speelt binnen een onderneming. Over de manier waarop projecten worden aangestuurd en bewaakt. Over de informatie waarop beslissingen worden gebaseerd. Welke informatie is écht belangrijk en wat is vooral ruis? En waar wil de onderneming over vijf of tien jaar staan?
Misschien is dat ook de reden waarom wij ons zo thuis voelen bij eigenaar-geleide familiebedrijven, daar waar de ondernemer zelf nog aan het roer staat. Hij of zij kent de organisatie van binnen en van buiten, voelt dagelijks de gevolgen van beslissingen en kijkt meestal verder dan de resultaten van het volgende kwartaal. De onderneming moet niet alleen vandaag goed functioneren, maar ook klaar zijn voor de volgende generatie.
Dat leidt tot heel andere gesprekken. Gesprekken over continuïteit. Over groei. Over bestuurbaarheid. Over de rol die informatie speelt binnen de onderneming. Software komt ter sprake, maar als onderdeel van een veel groter geheel.
Wie een onderneming bouwt voor de volgende generatie, stelt vanzelf andere eisen aan de informatievoorziening dan iemand die alleen naar het volgende kwartaal kijkt. Misschien is dat wel de belangrijkste reden waarom wij ons zo thuis voelen bij dit soort bedrijven.